Kopers vaker verplicht tot zelf bewonen

Terwijl de huizenprijzen in juli opnieuw stegen tot recordhoogte nam ook het aantal verkopen in 2020 toe met 7%. Een deel daarvan wordt gekocht voor de verhuur. Steeds meer gemeenten willen dergelijke beleggers weren van de lokale woningmarkt en voeren een woonplicht in. Gaat dit het woningtekort beperken?

Minstens 18 gemeenten voeren woonplicht in
In juli kostte een woning gemiddeld € 337.000: +7,4% vs 2019 en een vergelijkbare stijging met die in de voorliggende maanden. Meer beleggers op een toch al oververhitte woningmarkt dragen vast bij aan de almaar stijgende prijzen. Dit verkleint de kansen voor de jongere, minder vermogende huizenzoeker. Vandaar dat wethouders van steeds meer gemeenten het voor hen opnemen.

In navolging van Amsterdam en Utrecht geldt er nu ook een ‘zelfwoonplicht’ in o.a. Nieuwkoop, Berheze en Bergeijk. Volgens het Financieel Dagblad staat de teller nu op zeker 18 gemeenten maar neemt dat aantal vermoedelijk toe. De verplichting zelf een woning te betrekken geldt overigens voor nieuwbouw. Beleggers die toch kopen om te verhuren, riskeren een boete die vaak oploopt tot tienduizenden euro's. Dat zijn geen minne maatregelen.

Met steun van het ministerie
Deze maatregelen liggen in lijn met het beleid van Minister Ollongren van Binnenlandse zaken. Zij steunt de gemeenten met meer wettelijke bevoegdheden die de opkoop van woningen door particuliere beleggers tegengaan. Via deze ‘opkoopbescherming’ kunnen wethouders de komende drie jaar ingrijpen in wijken waar schaarste heerst voor groepen woningzoekenden. Andere gemeenten zoals Groningen, Den Haag en Leiden bestrijden beleggers op een ander front door de zogenaamde ‘verkamering’ van woningen aan banden te leggen. Steden als Rotterdam en Nijmegen volgen dit voorbeeld.

Lost dit de woningnood op?
Hoewel sympathiek voor starters blijft het op deze manier belemmeren van beleggers een druppel op een gloeiende plaat. In ieder geval zolang de lokale en landelijke politiek niet samenwerken om het onderliggende probleem aan te pakken: het tekort aan woningen. Op dit moment overtreft de vraag het aanbod met 330.000 woningen. Logisch dat dit juist de prijs opdrijft. Het grootste deel van de besluitvorming hierover ligt bij de gemeenten en de provincies (groenbeleid).

Er is meer nodig dan 'woondeals'
Het rijk wil lokale bestuurders nu helpen met zogenaamde Woondeals. Die moeten de besluitvorming voor nieuwbouw versnellen. Toch blijft de armslag van lokale bestuurders beperkt. Het zou helpen wanneer men op rijksniveau bouwlocaties gaat aanwijzen. Dit geeft een steuntje in de rug aan wethouders die nu kampen met de beperkingen door pfas en nieuwe geluidsnormeringen. Als het kabinet bovendien de verhuurdersheffing verlaagt of afschaft kunnen Woningcorporaties met de vrijkomende miljarden sneller meer betaalbare huurwoning gaan bouwen. In combinatie met de al ingezette beperking van de hypotheekrenteaftrek (of desnoods een versnelling hiervan) zal zo de druk op de woningmarkt afnemen. Voldoende aanbod zorgt voor een redelijke prijsvorming. En misschien wel in een mate waarin de beleggersbeperkingen weer van de baan kunnen. De toekomst zal het leren.