Hogere WOZ-waarde? Dan mogelijk rentekorting.

Steeg de WOZ-waarde van jouw woning alweer per 2020? Als bezwaar maken niet loont, bekijk dan of je in aanmerking komt voor een lagere hypotheekrente.

Gebruik voor inkomstenbelasting de WOZ-waarde van 2019
Voor je aangifte inkomstenbelasting vul je als huizenbezitter, vóór 1 mei, de WOZ-waarde van je woning in per begin 2019 (!). Inmiddels kreeg je van je gemeente alweer bericht over de Waarde van jouw Onroerende Zaak (WOZ) per begin 2020. Hierop zijn onder andere de gemeentelijke belastingen gebaseerd. Als je meent dat jouw gemeente de WOZ-waarde te hoog inschat, kun je hiertegen bezwaar maken. Lukt dat niet, dan levert die hogere waarde je mogelijk toch voordeel op.

Hogere WOZ-waarde is logisch en mogelijk toch voordelig
De huizenprijzen stegen het afgelopen jaar opnieuw - gemiddeld met 6.9% - dus is het logisch dat ook de WOZ-waarde van jouw woning steeg. Blijkt je bezwaar niet gegrond, dan kan deze hogere waarde toch in je voordeel werken. Komt je hypotheek hierdoor namelijk in een gunstiger risicoklasse, dan kan je hypotheekrente wellicht omlaag. Laat je hierover informeren door je financieel adviseur. En lees alvast hoe dat zit met de risicoklassen.

Risicoklasse bepaalt hoeveel rente je (extra) betaalt
Bij de start van een hypotheek schat een bank het risico in, dat de klant zijn lening niet in zijn geheel kan terugbetalen. Dit gebeurt via zogenoemde risicoklassen. Het aantal klassen varieert per geldverstrekker, van 3 tot soms wel 11. De bank kijkt daarbij naar de ‘lening-tot-waarde’ verhouding, ofwel het hypotheekbedrag gedeeld door de waarde van de woning. Is die ca 50% (dus leen je de helft van de waarde) dan berekenen ze alleen de zogenaamde ‘basisrente’. Leen je meer dan betaal je een risico-opslag, ook wel rente-opslag. Deze varieert van 0,1% tot soms zelfs 1% (bovenop de basisrente). Sinds 2013 kun je nog maximaal 100% van de woningwaarde als hypotheeklening krijgen.

Los je af dan daalt het percentage en komt je hypotheek in een gunstiger risicoklasse. Het verschilt per geldverstrekker of de risico-opslag tussentijds omlaag kan. Bij steeds meer hypotheken gebeurt dat automatisch. De geldverstrekker kijkt dan maandelijks naar hoeveel er is afgelost. Is daarmee een lagere risicoklasse bereikt, dan past de bank de rente direct aan. Bij anderen gebeurt dat niet automatisch. Dan is het zinvol dat je zelf actie onderneemt wanneer je (bijna) een lagere risicoklasse hebt bereikt. Vraag je adviseur wat geldt voor jouw hypotheek, hij kan je hiermee helpen.

Hogere woningwaarde kan zorgen voor lagere hypotheekrente
Zelfs geldverstrekkers die de rente automatisch aanpassen als er voldoende is afgelost, laten de waardeontwikkeling van de woning buiten beschouwing. Logischerwijs speelt ook die een rol in het lening/woningwaarde-percentage. Is woning flink in prijs gestegen ten opzichte van de oorspronkelijke (taxatie)waarde, dan kom je eerder in aanmerking voor een renteverlaging. Je moet zelf aantonen dat de woningwaarde is gestegen, wil je de risico-opslag omlaag krijgen. Soms is de WOZ beschikking van je gemeente voldoende om dat aan te tonen. Andere geldverstrekkers eisen een taxatierapport. Zo'n rapport kost geld, dus voor je hiertoe besluit: vraag je adviseur of deze investering voordelig voor je uitpakt. Hij kan een Woningwaarderapport voor je opstellen. Dit is actueler dan de WOZ opgave en kan je helpen beoordelen of een taxatie gunstig is. Want mogelijk is je woning nóg meer waard.

Nieuwe hypotheek? Let op de Looptijdrente.
Enkele geldverstrekkers houden vast aan de rentevaste periode; zij zijn (nog) niet bereid de rente tussentijds te verlagen, ook al bereikt je hypotheek een lagere risicoklasse. Aan het einde van de rentevaste periode kom je in ieder geval in aanmerking voor een herziening van de risicoklasse en dus mogelijk voor een lagere hypotheekrente. Tot die tijd betaal je dus eigenlijk onnodig te veel. Om dit inzichtelijk te maken voor nieuwe hypotheken rekent de Nationale Hypotheekbond met een Looptijdrente. Dit is het percentage dat je gemiddeld tot het einde van je hypotheek betaalt en daarmee de beste graadmeter voor de laagste kosten.